dinsdag 25 mei 2010

Pequeños pasos

Sigue un (breve) artículo que escribí sobre las 'concesiones' que hizo Raúl Castro en cuanto a los prisioneros políticos, un tema que volvió a darle cierto protagonismo a Cuba en las páginas internacionales de muchos periódicos. Personalmente, no sé qué pensar de estos pequeños pasos a los cuales tantos cubanos se han acostumbrado en los últimos años y que ilustran, según ellos, lo merecido que es el apodo del General: 'Líder Mínimo'.
Lo que sí sé es que a RC se le considera(ba) como más pragmático que su hermano mayor, implicando esto que la decisión de trasferir unos pocos presos a cárceles más cercanas de sus residencias o, en el caso de los enfermos, al hospital, sea prueba de pragmatismo. Todo es relativo, claro, y el pragmatismo a lo cubano puede ser relativamente pragmático dentro de los matizes de los gobernantes de la isla - sin serlo para quien no los observe...
De todos modos, Ernesto Vera Rodríguez, miembro del social-demócrata Arco Progresista y residente de Santiago, no parece impresionado por las promesas del gobierno. Vera Rodríguez, a quien hice una breve llamada telefónica - excelente la conexión - inició una huelga de hambre el día 18, acción no apoiada pero sí respetada por el Arco. Solidaridad, por una parte, con el disidente santaclareño Guillermo Fariñas quien ya pasó de 90 días sin comer; protesta, por otra parte, contra el proceso político a la raiz del cual él mismo, Vera, fue removido de su función de titular universitario - así me lo explicó el jurista.
A mí personalmente nunca me han gustado las huelgas de hambre como médio de presión. Aún así hay que reconocer que en el caso de Cuba algo estas acciones parecen haber generado: un frente inesperado de disidentes y opositores conocidos por su histórica dificultad en unirse por un lado, y por lo menos una inquietud difusa en los círculos oficiales por otro.
Como me dijo Vera: "Hasta unos incondicionales del régimen hoy día critican a La Habana por su trato de los presos." Me parece que tiene razón. Saludos, Lode

PS: He aquí el artículo tal como salió en De Morgen:

Cubaanse oppositie sceptisch over beloften Raúl Castro

HAVANA. In Cuba kijkt de oppositie uit naar de overbrenging van zieke politieke gevangenen naar ziekenhuizen. Enkele dissidenten zullen ook naar cellen in hun thuisprovincie worden getransfereerd. Raúl Castro, wiens mensenrechtenbeleid nieuwe internationale kritiek oogstte na de dood van hongerstaker Orlando Zapata, maakte die belofte na gesprekken met de Kerk.

De verwachtingen zijn hoog, misschien al te hoog gespannen. Alleszins kijkt iedereen die op Cuba ook maar van ver iets met de interne oppositie of dissidentie te maken heeft, uit naar de daden die vorige week door woorden werden voorafgegaan: toen beloofde president Castro, na gesprekken met kardinaal Ortega, dat hij beterschap zou brengen in de situatie van een aantal politieke gevangenen. Van de 190 politieke gevangenen die de verboden (weliswaar getolereerde) Commissie voor de Mensenrechten en de Nationale Verzoening van Elizardo Sánchez als dusdanig geïdentificeerd heeft, zitten er 17 ver buiten hun woonplaats in gevangenissen en zijn er 25 ernstig ziek. Een aantal onder hen zou nu respectievelijk dichter bij huis in de cel worden gestopt, dan wel voor verzorging naar een ziekenhuis worden overgebracht. Van die tweede groep eist Guillermo Fariñas, journalist, psycholoog, dissident en sinds 90 dagen in hongerstaking, echter de onvoorwaardelijke vrijlating - al toont hij zich dezer dagen compromisbereid. Fariñas, die in een ziekenhuis in Santa Clara intraveneus gevoed wordt maar intussen al 15 kilogram lichter weegt, begon zijn actie daags na de dood van een andere hongerstaker – de politiek vrij onbeduidende maar symbolisch belangrijk geworden Orlando Zapata. Wie alvast niet in een gebaar van goodwill vanwege de regering gelooft, is de jurist en onlangs ‘om politieke redenen’ ont
slagen universiteitsprofessor Ernesto Vera Rodríguez. Rodríguez (30), van de sociaal-democratische Arco Progresista van de bekende opposant Manuel Cuesta Morúa (foto), krijgt voor zijn actie niet de steun maar wel het “respect” van zijn partij. Daarover gebeld in de Oost-Cubaanse stad Santiago, zegt Rodríguez: “Castro’s toegevingen stellen niets voor. Het is volstrekt belachelijk dat een basisrecht als medische verzorging in deze als een concessie wordt beschouwd. Wat de regering nu doet beantwoordt niet aan de wensen van het Cubaanse volk, noch aan die van het maatschappelijk middenveld. Ook de bemiddelingspogingen van de kerk zijn te schuchter en komen te laat.” Rodríguez ging niet alleen hongerstaken uit protest tegen zijn ontslag in het kader van een politieke zuivering, maar ook uit solidariteit met Fariñas. Van de 190 politieke gevangenen die Cuba telt, behoren er 53 tot de zogenaamde ‘Groep van 75’, die in 2003 gearresteerd werden. Een deel van de groep is onder meer om gezondheidsredenen vrijgelaten en in ballingschap gestuurd. (LD)

vrijdag 21 mei 2010

Tochtli e o Poderosinho

O realismo mágico pode ter deixado de ser o estilo literário mais representativo da literatura latinoamericana de hoje (vejam o meu texto sobre Volpi da semana passada), a realidade muitas vezes continua ultrapassando qualquer ficção. Justamente neste momento no qual estou lendo o excelente primeiro romance do jovem mexicano Juan Pablo Villalobos, 'Fiesta en la madriguera' (Anagrama), dou com um artigo da Folha de São Paulo entitulado 'Menino de dez anos chefia quadrilha de tráfico em SP'...
As duas histórias têm a ver uma com outra, a primeira sendo ficção e a segunda realidade. Primeiro a ficção: Villalobos conta a vida de um menino que adora os chapéus, os diccionários, as guilhotinas e os franceses (porque os franceses gostam das guilhotinas - lógico). Tochtli - é o nome dele - também é um fanático dos animais selvagens, e no jardim da casa do seu pai (desculpem: do palácio) tem um zoológico privado. Já agora fiquem a saber: o papai é narcotraficante, e o romance do muito prometedor Mexicano introduz o leitor no alucinante mundo dos cartéis visto pelos olhos de um garoto.
O garoto ainda não é traficante, não, mas as cabeças cortadas, os rios de sangue e os cadáveres mutilados estão onipresentes. "Incrível", achava eu - até que li o artigo na Folha: "A Polícia Militar diz que um garoto de cerca de dez anos é chefe de uma quadrilha de traficantes em São Manuel (272 km de São Paulo)." Este rapazinho não responde a um nome indígena ou precolombino, mas é conhecido como... "o poderosinho"! Contam uns amigos dele, aliás detidos na Operação Fraldário (what's in a name!): "Vende, recebe dinheiro e distribui drogas."
A América Latina pode finalmente ter deixado para atrás a fase do Boom e do realismo mágico, para a boa literatura é a mesma mina de sempre. Abraços! Lode

woensdag 19 mei 2010

België in La Vanguardia

Yo sí que votaré el 13-J. Pero en esta entrevista con La Vanguardia el cantante limburgués Stijn Meuris explica porqué él no - y estoy 100 % de acuerdo con su descripción del estado del país. Es más que una verguenza, es un desastre. (O sea que excepcionalmente esta vez no hablo de ALC. Saludos. L.)

dinsdag 18 mei 2010

EU blaast relaties met Latijns-Amerika nieuw leven in


Querid@s amig@s, ya sé que este blog está en neerlandés, lo que complica fundamentalmente la lectura para quienes no manejan este ilustre idioma de las llanuras noroccidentales de nuestra vieja Europa. Para quien se atreva: aquí viene un texto que escribí sobre la cumbre madrileña donde se juega sobre todo el futuro de nuestras relaciones comerciales:


Spanje, dat samen met Herman Van Rompuy het EU-voorzitterschap uitoefent, wil de gelegenheid te baat nemen om de banden tussen de Unie en Latijns-Amerika weer aan te halen. De top die beide regio’s deze week in Madrid samenbracht, maakte alvast dít duidelijk: dat in het voetspoor van het boomende Brazilië ook andere ‘ALC-landen’ met zelden gezien zelfvertrouwen naar de toekomst kijken.

BRUSSEL. De EU hervat in juli de sinds 2004 geblokkeerde gesprekken met het door Brazilië en Argentinië aangevoerde handelsblok Mercosur. Ook met Centraal-Amerika, Peru en Colombia worden de handels- en politieke relaties nieuw leven ingeblazen.

Er moeten geen doekjes om gewonden worden: “Latijns-Amerika beheert zijn macro-economische beleid beter dan ooit te voren. Elf Latijns-Amerikaanse landen hebben de crisis alweer achter zich gelaten, de banken hebben er geen toxische activa gekocht en staan er sterk. Politiek, inzake mensenrechten, economisch zowel als op het vlak van de interregionale relaties is de regio veel rijper geworden.” Volgens Enrique Iglesias, secretaris-generaal van het Iberisch-Amerikaanse Algemeen Secretariaat en éminence grise van de Europese Latijns-Amerika-diplomatie, zullen de zeven rijkste landen van de regio in 2020 gezamenlijk economisch groter zijn dan het veel volkrijkere China. Anders gezegd: “Latijns-Amerika is een zeer belangrijke, gelijkwaardige partner voor Europa,” zoals Iglesias zich vorige week liet ontvallen op een informeel treffen in Madrid.

De VS en China

Gelijkwaardig zijn de relaties in principe altijd geweest, al stond in de praktijk tegenover het welvarende en democratische Europa steevast het arme en autoritair bestuurde Latijns-Amerika. Alhoewel dat laatste in sommige landen nog altijd het geval is, lijkt de gelijkwaardigheid anno 2010, met een expansief Latijns-Amerika enerzijds en een zwaar door de financiële crisis aangeslagen Europa anderzijds, meer dan ooit werkelijkheid te worden. Talrijke waarnemers wijzen er ook op dat de Europese Unie niet immuun is voor het lot dat een decennium geleden Latijns-Amerika te beurt viel - de sambacrisis in Brazilië, gevolgd door de complete instorting van het financiële bestel in Argentinië.
Hoe dan ook, anders dan lange tijd gevreesd belooft de top in de Spaanse hoofdstad geen lege huls te blijven. Maandag kwamen de Europese Unie en de Mercosur, het handelsblok waar behalve Brazilië en Argentinië ook Uruguay en Paraguay lid van zijn (het Venezolaanse lidmaatschap is nog niet geformaliseerd) al overeen hun sinds 2004 gestaakte onderhandelingen te hervatten. Volgens EU-president Herman Van Rompuy zullen negotiatieteams uit beide regio’s vanaf juli weer samenzitten. De Braziliaanse president Lula wil haast maken en hoopt het akkoord tussen de EU en de Mercosur tegen 1 januari 2011 rond te hebben. Voor de eerste minister van Spanje, José Luís Rodríguez Zapatero, “wordt dit het belangrijkste akkoord voor de Unie”.
Een akkoord zou voor Europa, zo al de belangrijkste handelspartner van de Mercosur, de toegang vereenvoudigen tot een markt van 270 miljoen personen, goed voor ruim 20 procent van de wereldwijde veeteelt, 35 procent van de globale sojaproductie enzovoort.
In elk geval wil Brussel niet dat, zoals in het geval van Mexico en het Naftaverdrag (1994) met Canada en de VS gebeurde, dat Noord-Amerika Europa opnieuw de kaas van het brood neemt. Ook China, gretige afnemer als het is van grondstoffen, nog altijd de eerste koopwaar die Latijns-Amerika in de aanbieding heeft, rukt fors op.

Frankrijk en zijn landbouw

Helaas, het water tussen Europa en Latijns-Amerika blijft diep. Onder leiding van Frankrijk is een tiental EU-landen tegen een akkoord met Mercosur omdat zulks zware gevolgen zou hebben voor hun landbouw. Het feit dat de EU-Commissie bereid is de Mercosurlanden een quotum van 60.000 ton vlees toe te staan (in plaats van de door hen gevraagde 300.000 ton) alsook alle barrières te slopen op het vlak van granen en zuivel, betekent dat er zwaar weer op komst is voor de enkel door subsidies overlevende Europese landbouw. In ruil voor grotere markttoegankelijkheid voor Latijns-Amerikaanse landbouwproducten wil Brazilië zijn markt geleidelijk openstellen voor Europese high-tech, diensten en deelname aan overheidscontracten. Ook het protectionistische Argentinië zou tot toegevingen bereid zijn. In ieder geval spelen ook binnen de Mercosur zelf sterke spanningen, met name tussen de reuzen Brazilië en Argentinië en hun zich gediscrimineerd voelende satellietstaten Uruguay en Paraguay.

Colombiaanse geheime dienst

Niet alleen de hervatting van de gesprekken met de Mercosur zorgt voor een nieuw elan tussen Europa en Latijns-Amerika. Maandag werd ook een succesvol punt gezet achter de onderhandelingen met de landen van Centraal-Amerika en vandaag worden akkoorden gesloten met de Andeslanden Peru en Colombia.
Voor wat dat laatste land betreft: heel wat groepen van het sociaal middenveld, daarin gesteund door de groene fractie van het Europees Parlement, eisen dat het ondertekenen uitgesteld wordt tot Bogotá duidelijkheid verschaft heeft over wat haar geheime dienst, de beruchte DAS, met haar dossier ‘Europa’ op het oog had. 
Uit recente onthullingen is gebleken dat de DAS lijsten aanlegde van tegenstanders van het vrijhandelsakkoord en hen probeerde te discrediteren, bijvoorbeeld door hen met de marxistisch-leninistische FARC-guerrilla in verband te brengen. Onder meer de European Trade Union Confederation (ETUC) eist klare wijn: “Nu sommige regeringen zelfs hun hulp aan Colombia opgeschort hebben in antwoord op de illegale activiteiten van de DAS, is het zonneklaar dat het ongeloofwaardig is om de onderhandelingen op deze manier (door vandaag toch het akkoord te ondertekenen, ld) af te sluiten,” zegt John Monks, secretaris-generaal van ETUC. 
Colombia zelf beklemtoont dat de DAS op dit moment volop met het gerecht samenwerk om de augiasstal van de illegale praktijken uit te mesten. Aan het eind van de maand vinden in het land – uiterst spannende – presidentsverkiezingen plaats. 

donderdag 13 mei 2010

Volpi en de dood van Latijns-Amerika

Querid@s,
Was met twee collega's van de Süddeutsche Zeitung (München) en een van Visão (Lissabon) aan de wandel in Madrid, waar we uitgenodigd waren voor een rondetafelconferentie over de relaties tussen Latijns-Amerika en Europa. De vraag rees hoe we die eerste regio efficiënter in de kijker konden brengen, nieuwe thema's konden aanreiken om te laten zien hoezeer ze de jongste jaren is veranderd, en hoe goed onze Europese nostalgici van Macondo, magisch realisme en utopisch politiek gedram eraan zouden doen 'El insomnio de Bolivar' te lezen, van mijn Mexicaanse leeftijdgenoot Jorge Volpi.
Mijn excuses dat deze blog de jongste weken wat minder gestoffeerd raakte (druk druk druk), maar laat me jullie minstens bovengenoemd boek aanbevelen, een must read voor iedereen die anno 2010 met Latijns-Amerika bezig is - of wat ervan overblijft: laat ons niet vergeten dat de regio als geoculturele eenheid nog altijd een puur Europees concept is, een scherm waarop we al onze dromen en frustraties projecteren, en onze beschavingsdrang combineren met (door al dan niet geloofwaardig schuldgevoel ingegeven) solidair internationalisme. Neen beste Europeanen, met die ingesteldheid zullen we er niet meer komen. De tijd dat Latijns-Amerika onze honger naar heldendom, revolutie en ideologie (marxistisch of neoliberaal) kon vervullen, ligt finaal achter ons. Vandaag is ALC (América Latina y Caribe) minder een veilige haven voor sentimenteel links of rechts dan wel een economische reus in wording die Europa de spiegel van zijn eigen verdwerging voorhoudt.
Zoals Spanje vanaf 1898 zichzelf moest heruitvinden na het verlies van zijn laatste kolonie, Cuba, zo dreigt meer dan 100 jaar later Europa in zijn geheel die oefening te moeten overdoen. O ja (en zonder per se pessimistisch te willen klinken): Spanje heeft na de instorting van zijn imperium de pijlen op zichzelf gericht en een spelletje zelfvernietiging gespeeld, Burgeroorlog genaamd, waar het tot vandaag niet van bekomen is - zie de mislukte recente poging om gerechtigheid te doen aan de slachtoffers van Franco en de uitschakeling van rechter Garzon.
Ik sprak in Madrid met meerdere collega's uit Argentinië en Chili: eerlijk, die snappen er niets van! Enigszins met het mes op de keel en onder druk van de internationale gemeenschap (sorry: van de universele justitie) zijn zij het voorbije decennium in indrukwekkende mate klaar gekomen met de schrikbewinden van respectievelijk Videla en Pinochet. Een Peruaanse collega verwees dan weer naar zijn oud-president Fujimori, die de rest van zijn dagen in de gevangenis zal slijten. Telkens weer had Europa destijds de mond vol over hoe cruciaal het gerechtigheid, reparatie, mensenrechten en noem maar op wel vond. Welnu, uitgerekend het land dat toen het hardst aan de kar trok, Spanje, slaagt er niet in de goede raad vandaag op zichzelf toe te passen. "Elders ziet Europa alles, thuis is het blind", zei een collega heel terecht. De voorbeelden zijn legio, en te talrijk om er hier zelfs maar een handjevol van op te noemen (ééntje toch: de War on Drugs, waarin we Colombia en Mexico al jaren de les spellen terwijl we zelf nauwelijks inspanningen leveren om de consumptie bij ons aan te pakken)...
Moeten we nu echt aan zelfkastijdiging doen? Neen, Europa is zich in zijn lange, tragische 20ste eeuw al ruimschoots aan autodestructie te buiten gegaan. Maar toch: iets in de huidige onbestemde tijden zet me aan het denken, ergens heb ik het gevoel dat we niet bij de les zijn.
In dat verband, drie korte anecdotes:
a) Aan de Université Libre de Bruxelles vertelde professor Guy Hermet ons in 2001 dat 'Argentijnse toestanden' (de complete instorting van het financiële bestel en blokkering van het banksysteem) ook bij ons niet uit te sluiten vielen. Iedereen lachte schamper. Vandaag zouden we niet meer lachen. Moraal a: niets is onmogelijk, ook niet in negatieve zin, nuchter blijven is de boodschap.
b) Nadat onlangs de aarde had gebeefd in Chili, hoorde ik menig gemiddelde, goed opgeleide maar niet in ALC beslagen Vlaming de vrees uiten dat daar aan het eind van de rit nog meer doden zouden worden geteld dan in Haïti, waar het er op 12 januari al 230.000 waren. Moraal b: we kennen onze wereld niet, anders hadden we Chili van Haïti kunnen onderscheiden.
c) Toen ik mensen vertelde (ik deed het onder meer op radio 1, zie een van mijn vorige posts) wat de ontwikkelingsindicatoren van Chili zijn en hoe rijk dat land wel is, luidde de reactie: 'Help, ze zijn ons aan het voorbijsteken.' Moraal c: we gunnen anderen hun beurt niet, wat een fundamenteel onconstructieve attitude is.
Tel a, b en c op en je ziet hoe de wereld naar Europa kijkt.
Overigens: in de bewuste Madrileense bar, ergens tussen Plaza Santo Domingo en Puerta del Sol, hebben we het door Europa gedoopte en betuttelde Latijns-Amerika tussen tapas en cañas door 'dood' verklaard - 'volwassen', als dat beter klinkt. (Toegegeven: niemand had de moed om in één ruk door ook Europa dood te verklaren, of minstens 'hoogbejaard', 'niet meer bij de tijd', 'te oud om nog te leren' enzovoort...)

(Voor de rest hebben we de presidentiële duels of verkiezingen van de volgende maanden nog even doorgepraat: wie wordt de volgende president van Colombia, Santos of Mockus? Wie volgt Lula op, Serra of Dilma? En hoeveel zetels krijgt de Venezolaanse oppositie straks in het parlement? Hoe serieus is de kandidatuur van Jaime Bayly in Peru - en hoe lekker de ceviche bij Gaston, het beroemdste restaurant van Zuid-Amerika, in Lima?)

Zomaar wat bedenkingen op donderdagavond
- Saludos, Lode

maandag 19 april 2010

De sloppen gesloopt

Rio pakt favela's aan na dodelijke regens

De recente stortregens die in Rio de Janeiro aan minstens 230 favelabewoners het leven kostten, hebben een oud taboe doorbroken: het onvermogen van de overheid om de wildgroei aan sloppenwijken aan te pakken. Burgemeester Eduardo Paes wil het roer nu omgooien.

RIO DE JANEIRO. De acht favela's met het hoogste risico op grondverschuivingen worden binnenkort gedeeltelijk gesloopt. De bewoners krijgen maandelijkse huurcheques in afwachting van een ander onderkomen.

De honderden doden van de jongste week en de voorlopige sluiting van het symbolisch belangrijke Christusbeeld op de Corcovadorots hebben een schokgolf door Rio gejaagd. Daardoor kan alsnog een probleem worden aangesneden waar iedereen zich bewust van was maar dat als moeilijk bespreekbaar gold omdat het over de woningen van miljoenen mensen ging: dat van de anarchie waarmee Rio zich in de voorbije decennia ontwikkelde en het evidente risico op man made disaster dat daaraan verbonden is.

Neem de wijk Morro do Bumba in de voorstad Niteroi. Daar raakten vorige week zestig huisjes bedolven onder een modderstroom toen de helling waarop ze waren gebouwd na dagenlange stortregens aan het schuiven ging. Meer dan 200 mensen werden levend begraven. Algauw kwam aan het licht dat een deel van de favela op een voormalig stort gebouwd was en niet op vaste ondergrond. In de jaren 80 ondernamen de autoriteiten niet alleen niets om de wildbouw tegen te houden, een deel van het bewuste gebied werd aan de 'geconsolideerde stad' vastgehecht door middel van water- en elektriciteitsleidingen. Liever dan de wildbouwers te verjagen en andere bouwgrond aan te bieden verkozen de toenmalige autoriteiten de ogen te sluiten. Immers, veel favela's gelden als door drugsbendes bevolkte wespennesten waaraan niemand durft te raken - uit angst dat het geweld zo naar de rest van Rio overslaat.

Hoe dan ook: langer in ontkenning voortleven is na vorige week onmogelijk. Gesterkt en gelegitimeerd door de ramp kunnen stads- en deelstaatbestuur de al jaren aangekondigde maar fel omstreden ontmanteling van de meest problematisch gelegen sloppen dan toch aanvatten. In elk geval laat burgemeester Eduardo Paes er geen gras over groeien. "Politiekertjes en demagogen die zich zelfs aan hun eigen betekenisloosheid vergapen, kunnen maar beter thuis blijven", waarschuwde hij degenen die de noodzaak van actie uit electorale angst niet willen inzien.

Prompt kondigde Paes aan dat hij de sloophamer zal laten aanrukken in acht favela's, waaronder delen van het bekende Rocinha in het zuiden van Rio. De families die hun zelfgebouwde woninkjes van baksteen en beton moeten verlaten, zullen een maandelijks bedrag ontvangen waarmee ze elders aan onderdak kunnen geraken. In een later stadium zal de betrokkenen een nieuwe woonst worden toegewezen.

Psychologie

Toch zijn meerdere ngo's, basisgemeenschappen en bewonerscollectieven ongerust. Ze vrezen dat de bestuurders van Rio ook los van het probleem van de kwetsbare ligging van de sloppen afwillen. Nu de Cidade Maravilhosa ('Wonderlijke Stad') in 2014 het WK voetbal organiseert en twee jaar later de Olympische Spelen, zijn veel favelabewoners bang dat hun terreinen in de greep van vastgoedspeculanten zullen terechtkomen.

Met name in het zuiden van Rio, in chique buurten als São Conrado, Leblon, Ipanema en Copacabana, dreigen sloppen met zicht op baai en zee de volgende jaren onder de sloophamer te verdwijnen. Met de stortregens van de jongste weken beschikken de autoriteiten over een prima excuus om een oude droom - de ontslopping - waar te maken. Achter de veiligheidsbekommernissen, vreest een organisatie als Observatório de Favelas, zou in wezen weleens een operatie sociale verdringing op til kunnen zijn.

De belangrijkste kritiek op het plan om in een eerste fase 4.000 gezinnen te verkassen heeft echter met psychologie te maken: favelabewoners zijn doorgaans best wel trots op hun buurt. Ze zijn er veelal geboren en getogen en hebben er ondanks armoede en geweld een thuis gevonden. De kans voor de ontwrichting van burgers die zo al kwetsbaar zijn, heet reëel.

Hoe drastisch de verplichte sloop ook bevonden wordt, in wezen maakt ze deel uit van een reeks maatregelen die de voorbije maanden gestalte kregen en korte metten moeten maken met de meest acute problemen in de wijken. Niet alleen is her en der een vredespolitie aan het werk die de positieve aanwezigheid van de overheid moet onderstrepen. Er lopen ook meer en meer programma's ter bestrijding van geweld en machismo, en door de economische groei onder het beleid van president Lula nam ook de koopkracht van favelabewoners toe. Ook hoopt Rio zijn favelabewoners zoveel mogelijk te betrekken bij de grote sportevenementen die er aankomen.

Lode Delputte

dinsdag 13 april 2010

Fariñas

Bij deze een stukje dat ik zopas voor De Morgen schreef:

Hongerstakingen kosten Raúl Castro punten

Vijftig dagen geleden vatte de Cubaanse dissident Guillermo Fariñas een hongerstaking aan om president Raúl Castro ertoe te bewegen 26 zieke politieke gevangenen vrij te laten. Hoewel diverse hongerstakers hun actie de jongste dagen stopten, lijkt het Fariñas menens. Als hij sterft, krijgen de tegenstanders van het Castroregime een tweede martelaar in enkele weken tijd.


Met 22 eerdere hongerstakingen is de 48-jarige psycholoog en journalist Guillermo Fariñas, een verwoed tegenstander van de broers Fidel en Raúl Castro, niet aan zijn proefstuk toe. Toch lijkt Fariñas, die in het verleden al elf gevangenisjaren opstapelde en door de autoriteiten steevast als huurling en gemeenrechtelijk misdadiger werd beschouwd, deze keer door te willen zetten. De dissident, in 2006 bedacht met een prijs van Reporters sans Frontières (RSF) voor zijn protest tegen de internetbeperkingen op Cuba, wil met zijn actie protesteren tegen de manier waarop op 23 februari dit jaar Orlando Zapata de dood vond: na een hongerstaking tegen zijn detentievoorwaarden en tegen de barslechte behandeling die Havana voor hem in petto had.
Heeft de tot dan toe relatief onbekende Zapata zijn lot volgens Havana zelf gezocht, dan stellen diens moeder en de verenigde Cubaanse dissidentie dat hij door het regime werd vermoord.
De eerste om daags na de feiten de fakkel van Zapata over te nemen – en daarbij ook de vrijlating van 26 zieke gewetensgevangenen te eisen – was Fariñas. Vandaag, vijftig dagen en een rist wereldwijde mediaberichten later, ligt de verzwakte, uitgemergelde journalist op de intensive care van een ziekenhuis in de stad Santa Clara.
“Het is hoog tijd”, liet Fariñas optekenen in een gesprek met de Spaanse krant El País, “dat de wereld snapt hoe wreed deze regering is. (...) Zapata was de eerste om de strijd voor de vrijheid op Cuba te verhevigen, ik neem over, maar als ik sterf zal een andere mijn actie voortzetten.”
Het zag er inderdaad naar uit dat een hele groep dissidenten aan het hongerstaken zou gaan, maar één actievoerder bond de jongste dagen in na toegevingen van de regering: de arts Darsi Ferrer ziet zijn eis ingewilligd om eindelijk een proces te krijgen, nadat hij in juli vorig jaar al in de cel gestopt was. Ook activist Franklin Pele­grino zette een punt achter zijn actie, er kennelijk van overtuigd dat ze niets zou opleveren.
De eenpartijstaat Cuba, waar burgers hun basisrechten volgens alle mensenrechtenorganisaties systematisch ontzegd zien, blijft haar repressie motiveren op grond van de verdediging van de revolutie van 1959. Wie zich expliciet tegen de revolutie kant en dat standpunt publiekelijk maakt, wordt van contrarevolutionaire subversie beschuldigd en als misdadiger behandeld. Bij enkele raids in maart 2003 werden zo 75 dissidenten gearresteerd en tot lange celstraffen veroordeeld, reden voor de Europese Unie om de betrekkingen met Cuba op een lager pitje te zetten.
Hoewel de Cubaanse autoriteiten zich doorgaans weinig aan de internationale kritiek gelegen laten en haar veeleer incalculeren in hun diplomatieke strategie, lijkt het erop alsof Raúl Castro dezer dagen wel erg hoog spel speelt: niet alleen belooft Zapata’s dood de verzamelde dissidentie te verenigen terwijl ze tot dusver uitblonk in verdeeldheid – het gevolg van persoonlijke vetes, onenigheid over de te nemen afstand jegens het regime of jegens de Verenigde Staten, infiltratie door de staat of ideologisch gekrakeel – ook de zichtbaarheid van de Cubaanse oppositie is vergroot.

In de hoek gezet

In zoverre zelfs dat een gezaghebbende stem als de Mexicaanse oud-minister van Buitenlandse Zaken Jorge Castañeda zich in een pas verschenen artikel afvraagt of Raúl Castro de zaak niet uit zijn handen heeft laten glippen. “Fidel Castro zou zich nooit zo in de hoek hebben laten dringen door een gevangene als Zapata”, zegt Castañeda. De Mexicaan ontwaart er niet enkel het signaal in dat het regime stilaan op zijn laatste benen loopt, tevens stelt hij vast dat Havana de dissidentie minder strak onder controle heeft, mogelijk een gevolg van de vrijgemaakte verkoop van gsm’s en computers en de daardoor ontstane, nieuwe informatiecircuits.
 Dé hoofdzorg van de Cubanen blijft intussen de belabberde staat van de economie. In wat een nieuwe prille aanzet tot hervorming lijkt, heeft de regering zopas de verzelfstandiging van de kapperssector ingeluid, zonder haar echter formeel aan te kondigen. Cuba, waar de staat 90 procent van de economie controleert, gaat door een crisis die sinds de período especial van de vroege jaren negentig niet meer gezien was. Raúl Castro, daartoe aangemoedigd door critici binnen het bestel, gaf zondag zelf toe dat de staat één miljoen overtollige werknemers telt.